Vaccinatie is een van de meest doeltreffende volksgezondheidsinterventies. Het helpt veel infectieziekten te voorkomen, het aantal ernstige gevallen, ziekenhuisopnames en sterfgevallen te verminderen, en beschermt tegelijkertijd de meest kwetsbare mensen dankzij groepsimmuniteit. De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) is van mening dat vaccinatie elk jaar miljoenen levens redt en een essentiële pijler van primaire preventie blijft.
In het Brussels Gewest, net als elders in België, blijft de vaccinatiegraad voor verschillende te voorkomen ziekten onvoldoende. Hoewel vaccinatietwijfel hieraan bijdraagt, is dit slechts één van de vele factoren. Beslissingen over vaccinatie worden beïnvloed door individuele, sociale, culturele en organisatorische factoren, zoals het vertrouwen in instellingen en zorgverleners, de afweging tussen voordelen en risico’s, de verspreiding van desinformatie, persoonlijke ervaringen en overtuigingen, maar ook de mate waarin mensen toegang hebben tot betrouwbare informatie en tot vaccinatie zelf.
In de Brusselse context kunnen sociale ongelijkheden op gezondheidsgebied, taalbarrières, bestaansonzekerheid, verhuizingen, de digitale kloof of een gebrek aan kennis over het zorgsysteem de toegang tot vaccinatie beperken, ook voor inhaalvaccinaties. De waargenomen verschillen in vaccinatiegraad zijn dus zowel een uiting van ongelijkheden in de toegang tot preventie en zorg als van verschillen in de bereidheid om zich te laten vaccineren.