Carte blanche: “Stop de huiszoekingen!”

Netwerk

01 april 2026

In 2018 kon dankzij een brede en sectoroverschrijdende mobilisatie van het maatschappelijk middenveld een wetsontwerp worden tegengehouden dat ‘woonstbetredingen’ toestond (een eufemisme voor huiszoekingen waarbij de woning van een persoon zonder verblijfsvergunning of van zijn gastheer of -vrouw kon worden geschonden) in het kader van het migratiebeleid. Verenigingen, vakbonden, academici, juristen, magistraten, beroepsorganisaties, politici en mensen in het veld hadden destijds gewaarschuwd voor wat die maatregel betekende: een ingrijpende en onevenredige inbreuk op de meest beschermde levenssfeer, namelijk de woning, en een gevaarlijk precedent voor de rechtsstaat. Wegens de juridische kritiek en de omvang van het protest werd het wetsvoorstel door Charles Michel, de premier van de MR/NVA-regering, op de lange baan geschoven.

In 2020 (advies 68.144/4 van 16/11/2020) oordeelde de Raad van State al dat er sprake was van onevenredige inbreuken op de grondrechten en dat er onvoldoende waarborgen waren om een maatregel van een dergelijke ernst te omkaderen.

In 2025 (advies 78.049/2/V van 20/08/2025) herhaalt de geschiedenis zich, en ditmaal in een nog zorgwekkender context: verharding van het veiligheidsdiscours, normalisering van de verlaging van de drempels voor de bescherming van de grondrechten, neiging om waarborgen te omzeilen in naam van de efficiëntie en bekrachtiging van de criminalisering van migranten. In dit advies is de Raad van State ondubbelzinnig: ondanks enkele technische aanpassingen blijft de kern van de regeling in wezen ongewijzigd.

De kritiek die in 2020 werd geuit, is niet weggenomen. Ze wordt zelfs bevestigd, geconsolideerd en versterkt door de ontwikkeling van de grondwettelijke en Europese rechtspraak die zich sindsdien heeft voorgedaan. Geen effectieve waarborgen voor derden die in de betreffende woning verblijven of wonen, onvoldoende bescherming voor kinderen, geen echte rechterlijke toetsing achteraf, en risico op een maatregel die qua ernst vergelijkbaar is met een strafrechtelijke huiszoeking, zonder dat daarvoor de nodige waarborgen worden geboden. Kortom, de tekst moet grondig worden herzien. Voor de Raad van State gaat het noch om een partijpolitiek debat, noch om een ideologisch meningsverschil. Het gaat om een duidelijke, gedetailleerde en herhaalde juridische en grondwettelijke waarschuwing. Doorgaan op deze weg zou erop neerkomen dat het advies van de Raad van State wordt afgedaan als een loutere formaliteit, terwijl het een essentiële herinnering is aan de grenzen die de rechtsstaat oplegt aan het overheidsoptreden.

 

“De kern van de tekst blijft ongewijzigd”

Kabinet van de minister van Asiel en Migratie, Anneleen Van Bossuyt

 

Toen het kabinet van minister Van Bossuyt werd gevraagd naar de voortgang van het ontwerp sinds dat advies, gaf het aan nu over “alle benodigde adviezen” te beschikken en benadrukte dat “de essentie van de tekst ongewijzigd blijft”. Met andere woorden: de waarschuwing is bekend, gedocumenteerd, begrepen… maar wordt politiek genegeerd!

Maar het huis is een toevluchtsoord, het is niet zomaar een fysieke ruimte. Het is een plek waar je bescherming, privacy en veiligheid vindt. De staat toestaan om die ruimte te betreden voor louter administratieve doeleinden, zonder garanties die vergelijkbaar zijn met die in het strafrecht, betekent een ingrijpende verstoring van het evenwicht tussen de burgerlijke vrijheden. Wat door de minister wordt voorgesteld als een “gerichte” maatregel, schept in werkelijkheid een zwaarwegend precedent, namelijk de geleidelijke aanvaarding van ernstige en gewelddadige inbreuken op de privacy in naam van een vermeende administratieve pseudo-efficiëntie.

We verwerpen ook de generalisatie die in het ontwerp doorklinkt en het stigmatiserende discours dat ermee gepaard gaat. Irregulier verblijf valt onder het bestuursrecht en niet onder het strafrecht. Het kan op zich niet worden gelijkgesteld met crimineel gedrag, noch als grond dienen voor een vermoeden van gevaarlijkheid. Als men de administratieve status verwart met een bedreiging voor de samenleving, creëert men een klimaat van collectief wantrouwen, legitimeert men uitzonderingsmaatregelen en ondermijnt men de beginselen van gelijkheid voor de wet en de individuele benadering van situaties.

De menselijke impact van zo’n maatregel wordt trouwens ook sterk onderschat door de minister. Een woonstbetreding raakt nooit maar één persoon. Ze treft gezinnen, medebewoners, naasten, kinderen. De woonstbetreding kan in de vroege ochtend plaatsvinden, in een context van extreme stress, met blijvende gevolgen voor de geestelijke gezondheid, het vertrouwen en het gevoel van veiligheid. Ze dreigt ertoe bij te dragen dat mensen geen gebruik maken van hun rechten, dat het vertrouwen in de overheid wordt geschonden, dat sociale en medische opvolging wordt onderbroken, en dat er een diffuse angst ontstaat die al snel verder reikt dan alleen de beoogde doelgroep.

Wanneer de veilige haven van de woning een ruimte wordt die de staat voor administratieve doeleinden kan binnendringen, is dat niet alleen een aanscherping van het terugkeerbeleid: de relatie tussen de overheid en de bevolking lijdt er ook sterk onder. De vraag is ook of die werkwijze democratisch is. De Raad van State wijst er namelijk op dat de waarborgen en de daadwerkelijke controle ontoereikend zijn. Terwijl hoe ingrijpender een maatregel is, hoe strenger ze moet worden gereguleerd, gecontroleerd en gemotiveerd.

De rechtsstaat is geen technisch obstakel maar een beschermingsstructuur die juist is opgezet om te voorkomen dat de overheid onevenredige middelen inzet tegen personen die door hun status kwetsbaar zijn geworden. De rol van de rechter mag niet worden gereduceerd tot een automatisch mechanisme ten dienste van de uitvoerende macht. Derden mogen geen onbedoelde slachtoffers worden van een procedure waarbij zij niet betrokken zijn. En het hoger belang van het kind mag geen loze kreet blijven. Het hoger belang van het kind, wat inhoudt dat zijn of haar rechten en belangen bij elke beslissing die hem of haar betreft voorrang moeten krijgen, zoals blijkt uit de vaste rechtspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens en het Grondwettelijk Hof, mag geen loze kreet blijven. Ervaringen uit het buitenland, zoals wat er in de Verenigde Staten gebeurt met ICE, laten zien waar de tendens om woonstbetredingen en algemene controle te banaliseren uiteindelijk toe leidt: ze versterken noch de veiligheid, noch de sociale samenhang. Ze voeden wantrouwen, versnippering, isolement, angst en hollen de democratische samenhang uit. Een democratie die aanvaardt dat er bij mensen wordt ingebroken zonder effectieve waarborgen, ziet zichzelf steeds minder als een ruimte waar rechten worden uitgeoefend en wordt steeds meer een onderdrukkingsapparaat.

 

De recente geschiedenis leert ons dat wat vandaag voor bepaalde groepen mensen wordt aanvaard, uiteindelijk altijd de waarborgen van iedereen ondermijnt. Dit debat reikt dus verder dan alleen het migratiebeleid. De recente geschiedenis leert ons dat wat vandaag voor bepaalde groepen mensen wordt aanvaard, uiteindelijk altijd de waarborgen van iedereen ondermijnt.

De rechtsstaat kan niet worden versnipperd: ofwel blijft hij bestaan ofwel verdwijnt hij. Om al die redenen herhalen we het nogmaals met klem: we waren in 2018 tegen woonstbetredingen, we zijn er vandaag tegen en we zullen er morgen tegen blijven!

Wij roepen de regering op om het ontwerp definitief af te voeren. Als dat niet gebeurt, bevestigen we nogmaals dat we vastbesloten zijn om ons collectief en langdurig in te zetten, zo lang als het nodig is, om de onschendbaarheid van de woning, de bescherming van kinderen, de rol van rechters en de grondbeginselen waarop een democratie die die naam verdient, te verdedigen.

 

Er staan geen evenementen op de agenda in verband met dit nieuws.